Evert Jan Bronda organiseert de duurzame en circulaire renovatie van diverse opvallende gebouwen, zoals de hoofdzetel van De Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam, het Provinciehuis van Utrecht en de brandweerkazerne van Leiden. In de zorgsector begeleidde hij ook de bouw van diverse woongelegenheden van Herbergier en Thomashuizen. Momenteel werkt hij samen met architect Robert Kromhof aan een boek, waarin zij gezamenlijk een lans breken voor de prioriteit van gebruikerscomfort en beleving in vastgoedprojecten.
“De hele sector is te sterk verhangen aan tradities”, merkt hij op. “Vastgoedontwikkelaars en architecten luisteren vooral naar elkaar en naar de opdrachtgevers, die zelf geen eindgebruikers zijn of slechts en segment van die gebruikers vertegenwoordigen. In de zorgsector betekent dit dat bewoners en patiënten te weinig uiting kunnen geven aan hun verlangens. Die draaien niet uitsluitend om pure zorg, maar net zo goed om beleving en levenskwaliteit in het algemeen. Dit houdt onder meer in dat een zorggebouw niet alleen efficiënt, maar ook mooi moet zijn. Dat kan door meer daglicht toe te laten en wat groen te integreren. Er mag ook gerust wat meer aandacht zijn voor bijvoorbeeld de gemakkelijke toegankelijkheid. Kortom, de eindgebruiker moet een centrale positie krijgen. Dit betekent natuurlijk niet dat bouwprofessionals hun oren moeten laten hangen naar alle mogelijke input van leken. Ze moeten hun professie inzetten om de behoeften van de eindgebruiker te vertalen naar de juiste oplossingen.”
“De producenten van bouwmaterialen hebben al heel wat stappen gezet om duurzame en circulaire materialen aan te bieden, maar de meeste aannemers zijn eerder conservatief. Enkele voortrekkers zetten door, vooral uit overtuiging en ten koste van een economische prijs. Leefbaarheid en circulariteit moeten niet enkel afhankelijk zijn van koplopers en voorschriften. De bouwsector moet zichzelf uitdagen en verantwoordelijkheid nemen. Hoe mooi is het als ontwerpers zichzelf uitdagen en hun creativiteit prikkelen? In plaats van een Programma van Eisen uit te werken, zouden ze op basis van prestaties voor nieuw of te renoveren gebouwen het maximale uit het budget moeten willen halen.”
“De Nederlandse overheid lanceerde al meerdere fiscale stimuli en subsidies, maar gooide het roer ook al herhaaldelijk om. Dat leidt tot een onzeker klimaat. Ze moet ook geen massa nieuwe regeltjes uitvaardigen om duurzaamheid en circulariteit te promoten. De bemoeizucht moet eruit. Circulair en duurzaam bouwen moet geen verplichting zijn, maar een overtuiging. Ik denk dat we met de demontage van het Satelliet-torengebouw van DNB voldoende duidelijk hebben gemaakt dat circulair bouwen niet duurder hoeft te zijn dan slopen en nieuwbouw. Ook niet in zorggebouwen, met hun vele technische leidingen en aangepaste afwerkingsmaterialen. Zo hebben we in Harderwijk een bestaand kantoorgebouw omgeturnd tot woonzorggebouw voor Villa Verde en Zorggroep Noordwest-Veluwe. We hebben het uitgerust met slimme plafonds met tiltoestellen en met badkamers met draaiende wanden. Het functioneert nu volledig op elektriciteit.”
“Op de eerste plaats was dit om de investeerder te overtuigen van de meerwaarde van een circulaire aanpak. We hebben alle aanwezige bouwmaterialen waar mogelijk hergebruikt en nieuwe materialen kozen we zo dat ze losmaakbaar waren en dus geschikt voor urban mining. Verder was het een complexe klus om ook de verwarming volledig te elektrificeren, doordat een zorginstelling grote hoeveelheden warm water verbruikt. We realiseerden dit door een combinatie van zonnepalen, geothermie en slimme buffering. Dat was wel een complexe puzzel.”
Evert Jan Bronda
Zelfstandig projectmanager (Bro | 4)
Ingenieur bouwkunde (Hogeschool Utrecht)
Ingenieur bedrijfskunde (Hogeschool Amsterdam)
Marketeer (Nima B)
Gecertificeerde vastgoed in de zorg (Het Nederlandse Vastgoed Instituut)