In Utrecht komen verschillende uitdagingen op bijzondere wijze samen. De stad groeit richting 2040 met naar verwachting 100.000 inwoners, terwijl de vergrijzing – en daarmee de druk op de zorg – toeneemt. Ook is de ruimte schaars. Daar komt nog bij dat verschillen tussen wijken zichtbaar groter worden. Waar veel gemeenten vooral inzetten op aantallen woningen, probeert Utrecht een andere vraag centraal te stellen: hoe bouw je een groeiende stad zonder de sociale samenhang te verliezen?
Wethouder Linda Voortman is duidelijk: “Als je zorg goed wilt organiseren, moet je beginnen bij de leefomgeving.” Dat is dan ook de kerngedachte van de Sociale Visie Utrecht 2040, waarin fysiek en sociaal beleid bewust met elkaar worden verbonden. Voortman was in de afgelopen collegeperiode (2022-2026) als wethouder Wmo en Welzijn verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Sociale Visie. In het begin juli aangetreden nieuwe college heeft ze de portefeuille Ruimtelijke Ontwikkeling gekregen. Daar kan ze de visie ook in praktijk brengen. “Utrecht moet ook vooral Utrecht blijven”, vertelt ze. “Dat bereik je door niet alleen te voorzien in meer woningen, maar ook te kijken voor wie je woningen bouwt en door te investeren in gemeenschappen, in complete leefomgevingen. Voorzieningen, gezondheid, ontmoeting en mobiliteit horen daar vanzelfsprekend allemaal bij.”
Het zijn in de optiek van de gemeente Utrecht geen losse thema’s, maar investeringen die uiteindelijk ook de zorgkosten beperken. Eenzaamheid en gezondheidsachterstanden brengen immers hogere zorgkosten met zich mee. Zeker in Utrecht, met kwetsbare wijken zoals Overvecht en Kanaleneiland. In Utrecht wordt dan ook bewust gekozen voor ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. In buurten waar gezondheidsproblemen en bestaansonzekerheid groter zijn, wordt extra ingezet op welzijn, ontmoeting en een gezonde leefomgeving.
Voortman ziet de koppeling van fysiek en sociaal nog onvoldoende terug in het landelijk beleid. De financiering is te veel gericht op stenen in plaats van sociale infrastructuur. “Het Rijk heeft vooral oog voor een toenemende woningbouw, maar lokaal hebben we als gemeente een veel bredere opgave: als we woningen bouwen, vraagt dat ook meer groen, welzijnsvoorzieningen, sportvelden, et cetera. Alleen dan kun je een gezonde leefomgeving creëren. Het zou goed zijn als het Rijk ook daaraan kan bijdragen.” Natuurlijk dragen ook levensloopbestendige woningen eraan bij om de toenemende groep ouderen te helpen langer zelfstandig thuis te wonen. “Ook dat levert maatschappelijke besparingen op.”
Een concreet voorbeeld van de Utrechtse aanpak is Hof van Leeuwesteyn, gevestigd in Leidsche Rijn. Ouderen wonen hier zelfstandig binnen een hechte woongemeenschap, waar bewoners naar elkaar omkijken en waar formele en informele zorg samenkomen. Bovendien is het ook toegankelijk gemaakt voor verschillende inkomensgroepen. Utrecht experimenteert daarbij niet alleen met woonvormen voor ouderen, maar ook met intergenerationele woonconcepten. Bijvoorbeeld wooncomplex De Saffier, in het voormalig verzorgingshuis Tolsteeg. Studenten huurden tijdelijk leegstaande ruimte in het gebouw en ondersteunden tegelijkertijd oudere bewoners met activiteiten en dagelijks contact.
Dergelijke woonvormen sluiten aan bij het bredere Utrechtse woonbeleid, waarin passend wonen en ook doorstroming centraal staan. “Ouderen verlaten hun buurt liever niet zomaar, bijvoorbeeld vanwege hun sociale netwerk. Daarom werken we aan wijkstructuren en woonvormen die aansluiten bij de behoefte van de bewoners. Zo maken we verhuizen binnen de wijk aantrekkelijker.”
Utrecht onderscheidt zich ook van andere gemeenten door de sterke nadruk op samenwerking en bewonersparticipatie. Een initiatief als Meetellen Utrecht! biedt bewoners de mogelijkheid mee te denken over toegankelijkheid, zorg en leefbaarheid. Ook spelen ervaringsdeskundigen uit de buurt een belangrijke rol, evenals sleutelfiguren zoals leraren, een imam of vrijwilligers. Alles om de drempel naar zorg en ondersteuning zo klein mogelijk te maken.
“In 2040 is Utrecht een groene, gezonde en veerkrachtige stad, waar niemand buiten de boot valt”, besluit Voortman. “Bewoners met verschillende achtergronden en generaties kunnen betaalbaar wonen, meedoen en op elkaar terugvallen in buurten waar ondersteuning nabij, menselijk en laagdrempelig is.” In Utrecht is zorg daarmee niet langer uitsluitend een kwestie van instellingen of indicaties, maar vooral van stadsontwikkeling.