Platform over bouw en ontwikkeling in de zorg in Nederland en België
Vaste teams voor veelvoorkomende ingrepen
Operatieteam van het Anna Ziekenhuis tijdens een liesbreuk- of galblaasingreep.

Vaste teams voor veelvoorkomende ingrepen

Voor een liesbreuk- of galblaasoperatie lopen de wachttijden in sommige regio’s op tot enkele maanden. Het Anna Ziekenhuis kiest daarom voor een andere aanpak. Met gespecialiseerde centra voor liesbreuk- en galblaaszorg brengt het ziekenhuis kennis, planning en uitvoering samen rond deze veelvoorkomende ingrepen.

Liesbreuken en galblaasoperaties behoren niet tot de meest complexe chirurgische behandelingen, maar patiënten wachten er volgens chirurg Arno Oomen soms wel lang op. Dat vormde een belangrijke aanleiding voor de nieuwe werkwijze. “We zagen dat mensen voor relatief veelvoorkomende ingrepen soms erg lang moesten wachten”, zegt hij. “Tegelijkertijd weten we dat we deze zorg goed kunnen leveren. Niet alleen de chirurg, maar het hele team eromheen is hierop ingericht.” Volgens Oomen draait het daarbij niet alleen om snelheid. Ook de ervaring van de patiënt speelt een belangrijke rol. Vanaf het eerste consult tot de nazorg werken dezelfde zorgverleners volgens een vaste werkwijze samen. “Patiënten geven terug dat ze zich welkom voelen, dat hun vragen worden beantwoord en dat ze weten waar ze aan toe zijn. Dat is voor ons eigenlijk net zo belangrijk als de korte wachttijden.”

Vaste teams voor veelvoorkomende ingrepen 1
Vaste operatieteams vormen een belangrijk onderdeel van de gespecialiseerde werkwijze binnen de centra.

Specialisatie met behoud van breedte

De centra sluiten aan bij een bredere ontwikkeling binnen de ziekenhuiszorg. Complexe operaties concentreren zich steeds vaker in grote gespecialiseerde centra, terwijl algemene ziekenhuizen zich richten op veelvoorkomende behandelingen met een relatief lage complexiteit. Volgens Oomen is die ontwikkeling logisch, maar vraagt zij ook om balans. Teams moeten bepaalde ingrepen regelmatig uitvoeren om ervaring op te bouwen en de kwaliteit te behouden. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor een te vergaande specialisatie. “Voor sommige behandelingen is het belangrijk dat teams een ingreep regelmatig uitvoeren. Tegelijkertijd moet je voorkomen dat zorgprofessionals alleen nog binnen een heel klein deelgebied werken.” Juist daarom vindt hij samenwerking tussen kleinere algemene en grotere opleidingsziekenhuizen belangrijk. Complexe zorg kan geconcentreerd worden, terwijl algemene ziekenhuizen een belangrijke rol blijven spelen bij veelvoorkomende chirurgische behandelingen.

Vaste teams voor veelvoorkomende ingrepen 2
Chirurg in gesprek met een patiënt tijdens het spreekuur.

Kort traject van poli tot operatie

Een belangrijk uitgangspunt binnen de centra is het beperken van de totale doorlooptijd. Niet alleen de wachttijd voor een eerste afspraak telt mee, maar ook de periode tussen consult, voorbereiding en operatie. Daarom zijn specifieke spreekuren ingericht voor deze patiëntengroepen. Op sommige locaties worden uitsluitend liesbreukpatiënten gezien, waarbij het consult waar mogelijk wordt gecombineerd met de preoperatieve screening. Het ziekenhuis probeert consult, voorbereiding en operatieplanning zo veel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten.

Ook op de operatieafdeling speelt organisatie een belangrijke rol. Het ziekenhuis werkt met relatief vaste operatieteams van chirurgen, anesthesiemedewerkers, verpleegkundigen en medewerkers van het dagcentrum. In de ruime meerderheid van de gevallen worden patiënten via een kijkoperatie behandeld. Om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten, worden speciale operatiesessies ingepland. Daarbij kan een chirurg na afronding van een ingreep direct door naar een volgende operatiekamer, terwijl de voorbereiding daar al heeft plaatsgevonden. Dat vraagt om een nauwe afstemming tussen alle betrokken partijen. Die aanpak vertaalt zich volgens Oomen in korte wachttijden. Patiënten kunnen doorgaans binnen ongeveer een week terecht op de polikliniek en worden vervolgens vaak binnen enkele weken geopereerd.

Vaste teams voor veelvoorkomende ingrepen 3
Chirurg Arno Oomen is betrokken bij de ontwikkeling van de gespecialiseerde zorgpaden voor liesbreuk- en galblaaszorg.

Ook aandacht voor herstel

Voor de centra zijn geen aparte afdelingen ingericht. Wel zijn routing en logistiek afgestemd op deze patiëntengroepen. Ook de nazorg maakt onderdeel uit van de aanpak. Veel patiënten hoeven na hun operatie niet standaard terug te komen voor controle. Wanneer het herstel volgens verwachting verloopt, vindt de nacontrole vaak telefonisch plaats. Alleen wanneer daar aanleiding voor is, volgt alsnog een afspraak in het ziekenhuis.

De ervaringen met het liesbreukcentrum vormen inmiddels de basis voor verdere uitbreiding van deze werkwijze. Naast galblaaszorg kijkt het Anna Ziekenhuis ook naar andere veelvoorkomende behandelingen waarbij een gespecialiseerd zorgpad kan bijdragen aan een efficiënte organisatie van de zorg.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten