Hoe schoon een ruimte moet zijn, welke apparatuur erin komt en hoe medewerkers er werken: die vragen moeten volgens Cleanroom Combination Group eerst worden beantwoord voordat een cleanroom kan worden ontworpen. De werkprocessen vormen het uitgangspunt, waarna bouwkundige en installatietechnische eisen worden vertaald naar een concrete ruimte.
“De werkprocessen en procedures zijn leidend in het ontwerp”, zegt Marco de Bruijn, verantwoordelijk voor de sales bij Cleanroom Combination Group. “Het is van belang te weten welk materiaal wel of juist niet gebruikt kan worden, hoe ruimten worden gedesinfecteerd en wat de gewenste luchtdichtheid is. Daarnaast spelen zaken als ruimtedrukken en temperatuur een belangrijke rol. Die eisen moeten allemaal worden vastgelegd voordat je kunt gaan ontwerpen.”
Om die uitgangspunten goed in beeld te krijgen, brengt CCG al in een vroeg stadium adviseurs, architecten, installateurs en gebruikers samen. Op basis daarvan ontstaat een Programma van Eisen waarin zowel de technische randvoorwaarden als gewenste werkprocessen worden vastgelegd. Dat vormt vervolgens de basis voor het ontwerp en de realisatie van de cleanroom.

Volgens De Bruijn zijn eindgebruikers nog niet altijd vroeg genoeg betrokken bij het ontwerpproces. Juist hun kennis van de dagelijkse praktijk kan volgens hem veel problemen voorkomen. “De voorziening moet aan het einde van de rit heel veel jaren dienst doen. Daarom vinden we het belangrijk dat de eindgebruiker meepraat over het ontwerp en zijn wensen inbrengt. Onze voorkeur gaat uit naar communicatie met de specialisten zelf.”
Die betrokkenheid is volgens hem essentieel omdat veel keuzes later lastig of kostbaar zijn om aan te passen. “De kwaliteit van een cleanroom wordt voor een groot deel bepaald tijdens de inventarisatiefase en het opstellen van het Programma van Eisen. Wanneer bepaalde wensen of werkprocessen pas tijdens de uitvoering aan het licht komen, leidt dat vaak tot vertraging of extra kosten.” Daarom maakt CCG in de farmaceutische industrie en biotechnologie regelmatig onderdeel uit van het bouwteam. “Door al tijdens de ontwerpfase mee te denken, kunnen technische, bouwkundige en gebruiksgerichte uitgangspunten beter op elkaar worden afgestemd.”

Binnen de cleanroomwereld bestaat geen universele oplossing, benadrukt De Bruijn. “Iedere toepassing stelt andere eisen aan materialen, detaillering en de integratie van apparatuur. Een ontwerper komt met slimme ideeën en oplossingen, een clean-roombouwer realiseert het en wij combineren die aspecten. Daardoor wordt het ontwerp- en realisatieproces korter en bespaart de klant tijd en geld.”
Dat maatwerk is zichtbaar in uiteenlopende toepassingen. Zo vraagt de integratie van een warmhoudkast in een operatiekamer om andere oplossingen dan specialistische apparatuur in een laboratorium of farmaceutische omgeving. “Ook de keuze van wand-, vloer- en plafondsystemen hangt af van de vereisten die aan de ruimte worden gesteld.” Een belangrijk uitgangspunt blijft daarbij dat de ruimte goed reinigbaar en bestand moet zijn tegen intensief gebruik en desinfectie. Dat heeft gevolgen voor de detaillering, materiaalkeuze en manier waarop techniek wordt geïntegreerd. Apparatuur, bedieningspanelen en aansluitingen worden bijvoorbeeld zoveel mogelijk vlak ingebouwd. Zo ontstaan ruimtes die eenvoudiger schoon te maken en te onderhouden zijn.

De ontwikkeling van cleanrooms staat niet stil. Fabrikanten, toeleveranciers en ontwerpers werken continu aan verbeteringen op het gebied van materialen, afwerking en technische oplossingen. “De ene keer gaat het om materialen die beter bestand zijn tegen agressieve reinigingsmiddelen, een andere keer om betere detailleringen of een slimmere integratie van apparatuur. Als specialist is het zaak om die verbeteringen te stimuleren en nieuwe ontwikkelingen goed te integreren.” Volgens De Bruijn stopt de verantwoordelijkheid daarbij niet na de oplevering. Ook onderhoud speelt een belangrijke rol bij het behoud van de prestaties van een cleanroom. “Opdrachtgevers hebben altijd alle specialistische kennis in huis. Wij vinden dat die verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij één partij moet liggen, van engineering en realisatie tot onderhoud.”