Professor Charlotte Scott van het VIB-instituut van de Universiteit Gent heeft uit handen van koningin Mathilde de Baillet Latour Biomedical Award ontvangen. Deze prijs, goed voor 1 miljoen euro, wordt sinds 2022 jaarlijks toegekend om de carrières van veelbelovende jonge onderzoekers in België binnen de biomedische wetenschappen te ondersteunen.
Scott onderzoekt het gedrag en de rol van bepaalde groepen macrofagen bij leverziekten. Haar laboratorium heeft een nieuwe populatie macrofagen geïdentificeerd, die een rol spelen in het herstel van beschadigd leverweefsel. Je kunt macrofagen beschouwen als een schoonmaakteam dat dode cellen verwijdert, om het lichaam in staat te stellen om weer normaal te functioneren, als soldaten om bacteriën, virussen en andere schadelijke agentia te bestrijden en als boodschappers die alarm slaan zodra ze een aanval detecteren en vervolgens hun vrienden van het immuunsysteem oproepen om te vechten. Het Scott Lab probeert meer inzicht te krijgen in de werking van deze macrofagen. Dit kan op termijn de weg effenen voor nieuwe behandelingen.
Meer info: www.fondsbailletlatour.com
De tijd van aankomst in een Nederlands ziekenhuis tot de behandeling bij patiënten met een beroerte is de afgelopen tien jaar met 41,2% verkort. Volgens de recentste cijfers van DICA Beroertezorg (DASA) is de mediane deur-tot-lies-tijd gedaald naar 47 minuten. Deze versnelling is van groot belang, want hoe sneller wordt ingegrepen, hoe groter de kans op een goede uitkomst.
De cijfers laten ook zien dat ook de deur-tot-naald-tijd voor trombolyse laag en stabiel is gebleven. Bij een trombolysebehandeling wordt via een infuus een medicijn toegediend dat het bloedstolsel oplost, zodat de bloedtoevoer naar de hersenen zo snel mogelijk wordt hersteld. “Dit wijst erop dat ziekenhuizen er structureel in geslaagd zijn om hun acute zorgprocessen te verbeteren en te optimaliseren”, aldus Irem Baharoglu, vasculair neuroloog in het Haaglanden Medisch Centrum en voorzitter van de Clinical Audit Board van de DASA.
Met deze doorlooptijd presteren Nederlandse ziekenhuizen ruim beter dan de Europese norm van een deur-tot-naald-tijd van zestig minuten, met een nadrukkelijk streefgetal van dertig minuten. Absolute internationale koplopers zijn een klein aantal Scandinavische zorgcentra, zoals het Helsinki University Central Hospital. Zij kwamen na jaren van procesoptimalisatie uit op een mediane tijd van circa 20 minuten.
Meer info: dica.nl/registratie/beroertezorg-dasa

In Vlaanderen blijven menstruatie en menopauze opvallend taboerijke onderwerpen. Dat blijkt uit het grootschalige onderzoek ‘Rode Vlaggen en Vapeurs’ van hogeschool Vives, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid.
Voor dit onderzoek namen meer dan 7.000 mensen deel aan een bevraging, aangevuld met groepsgesprekken met mensen in armoede. Dit wees uit dat kennis over menstruatie en menopauze ongelijk verdeeld is. Vooral jongens, mannen en jongere leeftijdsgroepen beschikken over minder correcte informatie. Tegelijk blijft het taboe groot, vooral op school, op het werk en in de publieke ruimte.
Hoewel meer dan 90% van de respondenten vindt dat menstruatie en menopauze geen reden tot schaamte zijn, ervaart een aanzienlijke groep nog steeds ongemak om deze thema’s bespreekbaar te maken. Ook negatieve ervaringen, zoals onbegrip, pestgedrag en bagatellisering van klachten komen regelmatig voor. Het onderzoek toont ook aan dat menstruatie en menopauze een duidelijke impact hebben op het dagelijks functioneren, gaande van school en werk tot sport, sociale relaties en mentaal welzijn. Toch blijven niet veel personen thuis bij menstruatie- of overgangsklachten.
Meer info: www.vives.be/nl/onderzoek/health-promotion-inclusive-society/rode-vlaggen-en-vapeurs

Het aantal uren kraamzorg dat een Nederlands gezin gemiddeld krijgt, is de afgelopen jaren gedaald. Tegelijk lijkt de behoefte aan kraamzorg toe te nemen, onder andere door verkorte ziekenhuisopnames na de bevalling. Vooral gezinnen in een kwetsbare situatie krijgen structureel minder kraamzorg, wijst een onderzoek naar de ontwikkelingen in de kraamzorg uit.
Het RIVM, Zorginstituut Nederland en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stelden vast dat de groep in een kwetsbare situatie 21% minder kraamzorg kreeg dan de minimaal aanbevolen 24 uur. Bij niet-kwetsbaren is dit 8%. Kwetsbare gezinnen hebben te maken met een combinatie van factoren die een negatief effect kunnen hebben op hun gezondheid. Voorbeelden zijn schulden, een laag inkomen, een praktische opleiding en/of een niet-Nederlandse herkomst.
In alle regio’s daalde het aantal ontvangen uren kraamzorg, het meest zichtbaar in Zuid-Limburg en Zeeland. In grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam bleef het aantal uren relatief laag, maar de daling is er minder sterk. In deze gebieden krijgen gezinnen al langer minder kraamzorg. Het RIVM gaat in 2026 vervolgonderzoek doen, met een focus op de oorzaken waarom in sommige gebieden sommige groepen minder kraamzorg ontvangen.
Meer info: www.rivm.nl
