In 2025 ervoer bijna vier op de tien Belgische zorgmedewerkers (38%) minstens af en toe agressie van externen, zoals patiënten of bezoekers. “Het is belangrijk dat zorgmedewerkers zichzelf leren reguleren om professioneel te blijven handelen en escalatie te voorkomen”, zegt Sofie Vandenbroeck, verantwoordelijke kennis, informatie en research bij Idewe.
“7,5% kreeg zelfs te maken met agressief gedrag van collega’s. Het uit zich in verschillende vormen, zoals verbale agressie, bedreigingen en fysieke incidenten. Zorgmedewerkers voelen zich daardoor minder veilig, minder betrokken en nemen vaker afstand van hun werk. Op de langere termijn verhoogt dat ook het risico op uitval, wat extra druk legt op overgebleven collega’s.”
Onderzoek van Idewe wees uit dat agressie in de zorgsector in de eerste plaats van buitenaf komt. “Meer bepaald in algemene ziekenhuisafdelingen heb je vaak te maken met mensen die in een stressvolle en onzekere situatie zitten, soms met heel slecht nieuws als eindpunt. Wanneer patiënten of familie in onzekerheid moeten wachten of onvoldoende duidelijkheid ervaren, kan de frustratie snel oplopen. Tegelijk staan zorgverleners vaak onder hoge werkdruk, wat niet altijd zichtbaar is voor zorgvragers. Dat is een explosieve combinatie van factoren.”
“In andere omgevingen – zoals woonzorgcentra, psychiatrische instellingen of voorzieningen voor jongeren – heb je te maken met agressie die gelinkt is aan een onderliggend ziektebeeld, waarbij agressief gedrag een symptoom is. Dat zien we bijvoorbeeld op geriatrische afdelingen, in psychiatrische afdelingen of op spoeddiensten, waar men vaak geconfronteerd wordt met middelengebruik. Dat we in de zorg hogere agressiecijfers zien dan elders, is dus niet onlogisch”, aldus Vandenbroeck. “Maar tegelijk is 38% erg hoog. We geloven dat het beter kan.”
Ook tussen collega’s kunnen spanningen oplopen, door de hoge werkdruk en emotioneel belastende omstandigheden. “Dit kan een hogere interne agressie deels verklaren, maar het moet de ambitie zijn om die 7,5% sterk naar beneden te krijgen. Zeker omdat steun van collega’s een cruciale buffer vormt bij de verwerking van externe agressie.”
Agressie uit zich in verschillende vormen. “Bij extern geweld ervaart 32% van de zorgmedewerkers minstens af en toe verbale agressie, gevolgd door bedreigingen met fysiek geweld (26%) en fysieke agressie, zoals slaan of duwen (17%). Bij intern geweld zien we dezelfde volgorde, met 5% verbale agressie, 3% bedreigingen en 2% fysieke incidenten.” Fysieke agressie gaat in veel gevallen gepaard met verbale agressie. “Net omdat die vormen minder zichtbaar zijn dan fysieke incidenten, worden ze soms onderschat, terwijl ze een grote invloed hebben op hoe medewerkers hun werk ervaren. Bovendien kunnen kleinere incidenten zich opstapelen, waardoor de draaglast steeds zwaarder wordt totdat hij – ogenschijnlijk plots – onhoudbaar blijkt.”
“Agressie in de zorg ontstaat vaak geleidelijk, door onzekerheid, frustratie en tijdsdruk, al kan ze in sommige situaties, zoals bij pathologische agressie, ook plots optreden. De-escalatie begint met zelf rustig blijven, al is dat vaak moeilijk doordat we instinctief reageren. Net daarom is het belangrijk dat zorgmedewerkers zichzelf leren reguleren om professioneel te blijven handelen en escalatie te voorkomen. Ook afstemming binnen teams en heldere communicatie zijn cruciaal: wat intern vanzelfsprekend is, is dat voor zorgvragers vaak niet.” In emotionele situaties werken erkenning en empathie vaak beter dan alleen uitleg. “De-escalatie vraagt ook om oefening: medewerkers moeten leren omgaan met emotionele reacties van patiënten en familie, communiceren onder druk en snel inschatten wanneer een situatie dreigt te escaleren.”
Sofie Vandenbroeck
Bachelor sociale verpleegkunde, Katholieke Hogeschool Leuven
Master in medische en sociale wetenschappen, KU Leuven
Doctor in biomedische wetenschappen, KU Leuven
Research associate, KU Leuven, 2006-2025
Research coördinator, Idewe, Leuven, 2011-
Verantwoordelijke kennis, informatie en research, Idewe, Leuven, 2021-