Platform over bouw en ontwikkeling in de zorg in Nederland en België
Zorgflits
Arno Debaene (AZ Alma Eeklo), Lindsay Verswyvel (Thomas More Lier) en Toyah Hilgert (ZAS) mogen gaan dineren in sterrenrestaurant Dôme. (Beeld: ZAS)

Zorgflits

Strafste verpleegkundigen van Vlaanderen bekroond

Als winnaars van de vierde Challenge Verpleegkunde mogen Arno Debaene (AZ Alma Eeklo) en Toyah Hilgert (ZAS) zich een jaar lang de strafste verpleegkundige van Vlaanderen noemen, terwijl Lindsay Verswyvel (Thomas More Lier) is bekroond tot de ‘strafste’ student verpleegkunde van Vlaanderen.

De challenge is een initiatief van Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS, Antwerpen-Mortsel), dat daarmee in de kijker zet dat verpleegkundigen een job uitoefenen die heel veel kennis en vaardigheden vereist. Deze keer namen 386 verpleegkundigen en 183 studenten verpleegkunde deel aan de online quiz in twee ronden. De vragen peilden hun kennis van diverse facetten van de verpleegkunde (medicatie, verpleegtechnische handelingen, …) op verschillende afdelingen (pediatrie, geriatrie, psychiatrie, …). Naast de juistheid van de antwoorden speelde ook de antwoordtijd een rol. Na de eerste ronde stootten veertig van de 569 deelnemers door naar de finale: de tien beste studenten verpleegkunde, de tien beste verpleegkundigen buiten ZAS en de twintig best scorende ZAS-verpleegkundigen.


Lokaal geproduceerde prothesen verbeteren levenskwaliteit

In haar doctoraatsverhandeling liet technisch geneeskundige Merel van der Stelt (Radboudumc, Nijmegen) zien hoe medewerkers van het Masanga ziekenhuis in Sierra Leone met behulp van geïntegreerde AI-algoritmes worden opgeleid om zelfstandig protheses te maken. Dit zorgt ervoor dat mensen met een amputatie weer mee kunnen doen in de samenleving.

Wereldwijd heerst er een grote vraag naar protheses. Deze vraag zal de komende jaren verder stijgen, door vergrijzing, de toename van diabetes en trauma’s als gevolg van ongevallen en oorlogsgeweld. In laag- en middeninkomenslanden heeft slechts één op de tien mensen met amputatie een prothese. Dit komt onder andere door een tekort aan prothesemakers en de hoge productiekosten.

Het ontwerpen van de prothesekoker, die direct contact heeft met de stomp van de patiënt, bleek een uitdaging voor de beperkte ervaring van de lokale medewerkers. De koker moet precies op maat gemaakt worden, omdat de pasvorm bepaalt hoe comfortabel en stabiel de prothese is. Daarom ontwikkelden Van der Stelt en haar team software met daarin AI-algoritmes, getraind met gegevens van ervaren prothesemakers. Zo kon het lokale team na intensieve training binnen een jaar passende protheses voor onderbenen maken.

Zorgflits 1
Merel van der Stelt onderzoekt in Sierra Leone een patiënt met een prothese. (Beeld: Radboudumc)

Filson Steers Mariman Prijs voor Frank Van Holen (VUB)

De Koning Boudewijnstichting heeft de tweejaarlijkse Filson Steers Mariman Prijs toegekend aan Frank Van Holen, om zijn jarenlange inzet voor pleegzorg en jeugdhulp in Vlaanderen.

Van Holen is directeur Hulpverleningsbeleid Pleegzorg in Vlaams-Brabant en Brussel en gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Hij is daar ook lid van het Centrum voor Onderzoek in Jeugd- en Opvoedhulp (COJO) en zetelt in verschillende bestuursorganen van jeugdhulpvoorzieningen. Zijn expertise ligt in pleegzorg, pleegzorgonderzoek en Geweldloos Verzet. Het prijzengeld, zowat 60.000 euro, zal hij investeren in wetenschappelijk onderzoek naar slaapproblemen bij uit huis geplaatste kinderen. Een onderbelicht en onderschat thema in de jeugdhulp dat onderwerpen zoals slapeloosheid, bedplassen, nachtelijke onrust, angst en vermoeidheid overdag bevat. Deze problemen hebben een directe impact op de mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen en worden in verband gebracht met leerstoornissen, gedragsproblemen, angst, depressie en opvoedingsstress bij pleegouders.

Zorgflits 2
Plechtige uitreiking van de Filson Steers Mariman Prijs aan Frank Van Holen (r). (Beeld: Frank Toussaint)

Miljoenensubsidie voor onderzoeken naar gezond ouder worden

Het Nederlands Cohorten Consortium (NCC) krijgt 17 miljoen euro subsidie voor een groot onderzoek naar gezond ouder worden, de Doetinchem Cohort Studie.

Met deze investering bundelen het RIVM, vrijwel alle universitair medische centra en de Vrije Universiteit Amsterdam hun krachten in één nationaal cohort: een unieke onderzoeksinfrastructuur met gegevens van bijna een half miljoen Nederlanders. Hiermee doet het RIVM al bijna veertig jaar onderzoek bij een grote groep mensen tijdens hun levensloop. Onderwerpen die aan bod komen, zijn onder meer leefstijl, gezondheid en ziekten, man-vrouwverschillen in gezondheid, cognitieve achteruitgang en dementie, zorggebruik en zorgkosten. Dit onderzoek levert aanknopingspunten voor preventie en helpt het RIVM om beleidsmakers en professionals beter te adviseren.

Met de nieuwe subsidie kunnen datasets worden samengevoegd en ontstaat een samenhangende bron van kennis over gezondheid, leefstijl, omgeving en veroudering. Het consortium kan op grote schaal onderzoeken hoe en waarom mensen gezond ouder worden en wat we kunnen doen om ziekten te voorkomen. Daarbij ligt de nadruk op multimorbiditeit (het samen voorkomen van meerdere chronische aandoeningen) en nieuwe gezondheidsrisico’s, zoals opkomende infectieziekten.


Rioolwateronderzoek brengt Nederlands drugsgebruik in beeld

Rioolwateronderzoek helpt om een beter beeld te krijgen van het drugsgebruik in Nederland. Dit blijkt uit een proef van het RIVM en Trimbos-instituut.

Druggebruikers plassen de restanten daarvan uit. Zo komen drugsresten in de riolering terecht. Het RIVM en Trimbos-instituut (Utrecht) onderzochten in twintig Nederlandse gemeenten of metingen in rioolwater duidelijk kunnen maken hoeveel drugs er wordt gebruikt. Vanaf eind 2023 tot eind 2024 voerde het RIVM-rioolwatermetingen uit naar cocaïne, crystal meth, speed en de designerdrugs 3-CMC en 4-CMC. Tijdens elke meting werd gedurende een week op meerdere dagen rioolwater verzameld bij twintig rioolwaterzuiveringsinstallaties in grote en kleine gemeenten, verspreid over het hele land.

Uit het rioolwateronderzoek bleek dat er verschillen in drugsgebruik bestaan tussen grote en kleine gemeenten. In grote gemeenten en steden worden bijna altijd meer drugs gebruikt, ook als je rekening houdt met het grotere aantal inwoners. Het gebruik van designerdrugs is in alle onderzochte gemeenten laag. Daardoor zijn verschillen in designerdrugsgebruik tussen gemeenten of meetperioden moeilijk te zien.

De metingen lieten ook zien dat het gebruik van alle drugs het hele jaar door ongeveer gelijk bleef. Alleen na oud en nieuw vonden de onderzoekers opvallend meer cocaïne en XTC in het rioolwater. Ook laten de metingen in rioolwater zien dat sommige drugs, zoals XTC, meer gebruikt worden in het weekend.

Zorgflits 3
Meer druggebruik in grote steden (of minder wildplassende gebruikers?). (Beeld: Aquafin)

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten