Nood aan minimumnormen voor koeling in gebouwen
Terwijl gebouwen onderhevig worden aan het risico op oververhitting, blijft de wetgeving toch vooral gericht op energieprestaties in de winter. Het is net die focus op het binnenhouden van warmte die leidt tot een stijgende koelbehoefte. Nochtans heeft hitte evenzeer een impact op ons lichaam en – als we naar actieve koeling grijpen – ons energieverbruik. Tijd voor nieuwe berekeningsmethoden, inzichten en bijhorende regelgeving?
Onder meer Nederland, Frankrijk en Duitsland hebben al regelgeving gericht op het beperken van de oververhittingsproblematiek in gebouwen. In België legt enkel de VIPA-regelgeving, specifiek voor zorginstellingen, hier verplichtingen voor op. Rijst de vraag waarom dit niet voor elk gebouw moet worden toegepast, nu de warme periodes vaak langer duren en we steeds meer te kampen krijgen met extreme temperaturen. Ingenieur-architect Joost Declercq schetst de tegenstrijdige situatie: “Als wij een bouwheer overtuigen van de nood aan zonwering, zegt zijn EPB-verslaggever dat het toch niet nodig is. EPB hanteert een statische methode en die is ontoereikend om zomercomfort en koelenergievraag op een correcte manier te berekenen.”
Shady Attia, hoofd van het Laboratory of Sustainable Building Design aan de Universiteit van Luik, bevestigt dat gevoel. “De huidige berekeningsmethodes zijn sterk gericht op energieprestaties in de winter, terwijl de koelbehoefte en het risico op oververhitting onderbelicht blijven. Ze vereenvoudigen vaak de werkelijke omstandigheden, door interne warmtelasten, gebruikersgedrag en de werking van zonwering of thermische massa niet correct mee te nemen. Daarnaast werken we vaak met verkeerde of verouderde klimaatbestanden die de werkelijke zoninstraling en impact van hittegolven onderschatten. De stedelijke context en het hitte-eilandeffect worden meestal genegeerd, wat leidt tot een structurele onderschatting van het risico op oververhitting en de acute koelvraag. Bovendien is er te weinig aandacht voor de gezondheidsimpact op kwetsbare personen. Passieve maatregelen zoals zonwering, natuurlijke ventilatie, thermische massa en slimme materiaalkeuzes moeten voorop staan. Deze moeten worden gevalideerd met dynamische simulaties op basis van toekomstige klimaatscenario’s, aangevuld met gebruiksvriendelijke en praktische tools voor tijdens het ontwerpproces.”
Iedereen heeft recht op verwarming. Rijst de vraag of hetzelfde ook niet geldt voor koeling. “We moeten het misschien algemener zien en over het recht op comfort spreken”, klonk het tijdens een recent expertenpanel. Maar wat is comfort? Het is een complex gegeven dat erg persoonlijk is en ook vraagt om een adaptieve parameter. Declercq pikt in: “We moeten vooral vermijden dat een soort minimumnorm leidt tot nog meer koeltechnieken. Het gaat erom dat we de netto-energievraag van verwarmen en koelen voldoende laag kunnen houden. Het ultieme doel is natuurlijk altijd om het zonder koelinstallaties te doen en dat is mogelijk in de huidige omstandigheden mits een goed gebouwontwerp.”

Hoe je dat duurzaam wooncomfort in tijden van grote hitte dan het beste waarborgt, verschilt tussen renovatie en nieuwbouw. Bij nieuwbouw zijn veel meer opties om passieve koelingsstrategieën te integreren, terwijl de bestaande structuur bij een verbouwing vaak beperkingen oplegt. Ook de locatie is cruciaal: in steden speelt het stedelijk hitte-eilandeffect een grote rol, waardoor de temperaturen veel hoger kunnen oplopen dan op het platteland. “Berekeningen moeten daarom deze context meenemen en strengere eisen hanteren voor stedelijke gebieden dan voor landelijke omgevingen”, vindt Attia. “De EPB-wetgeving moet, mijns inziens, oververhittingsanalyses verplichten voor zowel nieuwbouw als ingrijpende renovaties. Daarbij moet de nadruk liggen op passieve oplossingen, zoals dynamische zonwering en ventilatiestrategieën, vóór actieve koeling wordt toegestaan. Er moeten concrete grenswaarden voor binnenklimaat en gezondheid worden vastgelegd, gekoppeld aan duidelijke verantwoordelijkheden binnen de design & build-consortia. Dit creëert meetbare prestaties op het vlak van zomercomfort en gezondheid.”
Ook VEROZO schaart zich achter dat idee en formuleert meteen een concreet voorstel. “Naast ventilatie en isolatie zou ook zonwering verplicht deel moeten uitmaken van een gebouw”, zegt secretaris-generaal Ann Van Eycken. “Daarbij moeten we pleiten voor dynamische zonwering. Die zet je in wanneer het nodig is. Zo blijf je de zonnestraling in de winter (en tussenseizoenen) toch nog steeds maximaal binnentrekken voor gratis zonnewarmte, terwijl je de opwarming in de zomer buiten houdt.”
Hoe je zo’n mentaliteits- en wetswijziging in de praktijk waarmaakt? Zweden geeft inspiratie, vertelt Attia. “Daar werden intensieve workshops georganiseerd met politici, beleidsmakers en regulerende instanties, van het lokale niveau tot regionaal en federaal. Sterke praktijkvoorbeelden en concrete casestudies toonden de mogelijke impact en creëerden draagvlak. Deze inzichten werden uiteindelijk wettelijk verankerd.”
Neem dan rechtstreeks contact op met Renson.
Contact opnemen