Op het voormalig terrein van de suikerfabriek in Groningen verrijst de komende jaren één van de grootste gebiedsontwikkelingen van Noord-Nederland: De Suikerzijde. Een geheel nieuwe wijk, die geldt als één van de zeventien landelijke NOVEX-locaties waar de landelijke overheid intensief samenwerkt met onder meer de gemeente om de ruimte zo goed mogelijk in te delen. Waar veel nieuwbouwwijken nog primair draaien om aantallen woningen en vierkante meters, kiest de gemeente Groningen nadrukkelijk voor een bredere ambitie: het bouwen aan een sterke samenleving.
Voor de gemeente Groningen is dit een unieke kans om vanaf het allereerste begin te investeren in een gezonde en sociale leefomgeving. Volgens Zorgwethouder Inge Jongman ligt daar de sleutel voor de toekomst van zorg en welzijn. “De dagelijkse realiteit vraagt om veel meer dan alleen het bouwen van huizen. We hebben te maken met een stijgend gevoel van eenzaamheid, de kloof tussen arm en rijk vergroot en de druk op de zorg neemt toe. Dat roept om een stevig fundament in sociale structuren. Met de ontwikkeling van De Suikerzijde krijgt de gemeente Groningen een unieke kans een wijk te bouwen waarbij leefbaarheid en inclusie de basis zijn.”
Opvallend is dat Groningen niet alleen ruimtelijk, maar ook financieel experimenteert. Want hoewel veel zorg plaatsvindt in informele netwerken van mantelzorgers, vrijwilligers en buurtinitiatieven, ontbreekt vaak de structuur én financiering om die sociale basis duurzaam te ondersteunen. De gemeente onderzoekt daarom een sociaal-maatschappelijk investeringsmodel waarbij partijen die later profiteren van een gezonde wijk, zoals zorgverzekeraars, zorginstellingen en andere maatschappelijke organisaties, al vroeg bijdragen aan de ontwikkeling. “We vragen zorgverzekeraars en zorginstellingen om op voorhand mee te investeren”, legt Jongman uit. “Dat is spannend. Maar als we gezondheidswinst aantonen – zoals minder eenzaamheid, minder zorggebruik en meer zelfredzaamheid – dan is dat rendement voor iedereen.”
De circa 5.500 woningen worden ontwikkeld voor verschillende generaties en doelgroepen, variërend van sociale huur en middenhuur tot koopwoningen en nieuwe, collectieve woonvormen. Daarbij zijn voor deze wijk fysieke randvoorwaarden vastgesteld, die verder gaan dan de traditionele voorzieningen. Te denken valt aan laagdrempelige buurtruimtes, multifunctionele maatschappelijke voorzieningen, zorggeschikte woningen en openbare ruimtes die ontmoeting en beweging stimuleren. “We creëren ruimte voor voorzieningen zoals een huisarts, fysiotherapie, thuiszorg, ouderenzorg en zelfs een kapper. Niet als luxe, maar als basis voor een sterke wijk”, aldus Jongman.
Bouwen en zorg zijn steeds minder losse onderdelen, ze vormen één geheel. Jongman: “Als we willen dat mensen langer zelfstandig blijven wonen, dat hun mantelzorg overeind blijft en dat buurten veerkrachtig worden, dan moeten we daar vanaf het begin op investeren.” Zorgvastgoed is niet meer enkel gericht op zorgverlening, maar meer op het uitstellen of zelfs voorkomen van zorgvragen. Wijken waarin ontmoeting wordt gefaciliteerd, mantelzorg wordt ondersteund en bewoners gestimuleerd worden actief te blijven, kunnen immers bijdragen aan minder eenzaamheid, een betere gezondheid en een lagere druk op de formele zorg.
Dat maakt De Suikerzijde ook landelijk relevant. Het dient als voorbeeld om opnieuw te definiëren wat gebiedsontwikkeling kan betekenen in een tijd van een groeiende zorgvraag, vergrijzing en maatschappelijke druk. “Als we aan kunnen tonen dat een sterke sociale basis zorg kan voorkomen, kunnen we daar vanaf dag één mee gaan bouwen”, besluit Jongman.