De skyline van Gent is voor altijd veranderd. Naast de al bekende eeuwenoude Boekentoren, ontworpen door de Belgische architect-kunstenaar Henry van de Velde, is het universiteitsterrein nu verrijkt met een tweede markante toren, Nobel 1. Dit futuristische gebouw, vernoemd naar Nobelprijs winnaar Corneel Heymans, is meer dan alleen een architectonisch hoogstandje. Het is een inmiddels functioneel gebouw in aanloop naar de vervolmaking van het masterplan van het UZ Gent, met als doel een innovatief, duurzaam en flexibel ziekenhuis.
De opdracht die werd uitgezet was duidelijk: architect en aannemer moesten zelf voor het ontwerp en de vergunningen zorgen en in rap tempo een gebouw neerzetten dat aan alle wensen én het Programma van Eisen voldeed. Het consortium MBG, LOW architecten en Wiegerinck raakte op alle vlakken de juiste snaar, met een letterlijke kroon op hun werk. Leidend ambtenaar Geert De Waele: “Het ontwerp is als het ware onder de grond geschoven; de weggenomen grond is op het dak teruggekomen. Daardoor is het gebouw voorzien van een prachtige groene kroon, waarmee ook de wens voor een healing environment is gewaarborgd.”
Hoewel de definitieve functie van de toren nog niet geheel duidelijk was, was het wel de bedoeling dat deze zo snel mogelijk gebouwd werd. Het zou in de eerste fase van Project U fungeren als tijdelijke opvanglocatie voor onder meer enkele poliklinieken. In zeer korte tijd van blanco vel naar oplevering, door middel van de Design & Build-formule. Door verschillende processen parallel te laten verlopen, kon op erg korte termijn resultaat worden geboekt. Het gebouw is vooral gebouwd met menselijk welbevinden in het achterhoofd.
Door de enorme hoogte en de ramen van plafond tot vloer is de lichtinval subliem te noemen. De Waele: “De hele gevel is van glas. Daardoor oogt het ruim en voel je je één met de omgeving, natuurlijk ook vanwege het geweldige uitzicht.” De trappen en liften van het gebouw zijn in het midden verwerkt. “Dat heeft als voordeel dat alle ruimtes rondom die kern een raamzijde hebben, en dus veel buitenlicht. Om de licht- en warmte-inval te beheersen, is gebruik gemaakt van passieve zonwering.” Dit is gedaan in de vorm van een overstek. Staat de zon hoog en is de warmte dus groot, dan wordt deze geweerd door de overstek. Bij laagstaande zon in de winter schijnt ze juist naar binnen om een aangename warmtebeleving te creëren. Bovendien is de overstek gemaakt van zonnepanelen. De zon wordt dus niet enkel afgeweerd, maar in de vorm van zonne-energie ook gebruikt voor het verwarmen en koelen van het gebouw. Zodoende zijn de warmtepompen het gehele jaar goed bruikbaar en zijn er een betere rendering en stabieler binnenklimaat.

Om de ruimtes future proof te maken, moesten ze flexibel worden gebouwd. Alle leidingen, inclusief afvoer, zijn daarom verwerkt in een verhoogde vloer. Als de ruimte in de toekomst een andere functie krijgt, is verbouwen en aanpassen mogelijk zonder al te veel overlast voor de naastgelegen en boven- of ondergelegen ruimtes. De Waele: “We gebruiken op die manier Nobel 1 ook als testlocatie. We kunnen hier op relatief kleine schaal zaken testen en zien of het op grote schaal ook werkbaar is.”
Een voorbeeld hiervan, naast de warmtepompen en PV zonwering, is dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van DECT maar van Voice over Wifi, zodat de interne communicatie via één enkel systeem verloopt. En ook op het gebied van veiligheid zijn vernieuwende keuzes gemaakt. In plaats van klassieke compartimentering wordt gebruik gemaakt van een geavanceerd sprinklersysteem, zoals vaker toegepast in Amerikaanse ziekenhuizen. Dit systeem bestrijdt brand direct bij de bron, verlaagt het risico op extreme hitte en voorkomt explosiegevaar. Een groot voordeel voor een gebouw met gevoelige functies zoals laboratoria en cleanrooms. Ter preventie van legionella wordt er uitsluitend gebruik gemaakt van doorstroomboilers.
“In Nobel 1 wordt geëxperimenteerd met slimme systemen. Geheel passend bij het doel van de toren: research en onderzoek. Wanneer ze succesvol blijken, zullen ze later in het nieuwe ziekenhuisgebouw worden toegepast.” Alle keuzes zijn gemaakt met het menselijk welbevinden als uitgangspunt, aldus De Waele. “Nu het gebouw in gebruik is, kunnen we zien wat goed werkt en waar eventueel nog aanpassingen gedaan moeten en kunnen worden. Eén van de eerste zaken die opvalt, is bijvoorbeeld de werking van de grote ramen. Om het gevoel van comfort te behouden, moeten we op de wat donkere dagen de warmte iets verhogen. Want: oogt het koud, dan voelt het koud. Op warme dagen is dit uiteraard andersom, ook dat passen we aan. Het is een duidelijke boodschap: alles voor een zo comfortabel mogelijke ervaring voor de gebruikers.”
Zodra de centrale nieuwbouw van het ziekenhuis gerealiseerd is, transformeert Nobel 1 naar het oorspronkelijke doel: een volwaardig onderzoekscentrum met cleanrooms en hightech laboratoria. Er zal tegen die tijd een leerlandschap zijn ontstaan, waarbij in het midden van de campus de zorg centraal staat. Patiënten en studenten volgen ieder hun eigen route, ook weer een keuze ter vergroting van het menselijke comfort. De ambitie is duidelijk: het UZ Gent wil uitgroeien tot een living lab voor zorg en wetenschap. In Nobel 1 komt alles samen – van innovatieve bouwtechniek tot mensgerichte zorg, van wetenschappelijk onderzoek tot duurzaamheid. Het gebouw is een baken van vooruitgang en toont hoe de ziekenhuizen van de toekomst vandaag al vorm krijgen.