Het nieuwe Behandelcentrum Voortplantingsgeneeskunde (BC VPG) van het UMC Utrecht stelt hoge eisen aan de gebouwde omgeving. Niet alleen de luchtkwaliteit, maar ook materiaalkeuze, detaillering en afwerking dragen bij aan een laboratorium waarin veilig gewerkt kan worden met uiterst kwetsbaar vruchtbaarheidsmateriaal. Cleanroom Combination Group (CCG) verzorgde de cleanroomafwerking van het IVF-laboratorium en de aangrenzende ruimten.
In het behandelcentrum komen fertiliteitsonderzoek, IVF-behandelingen en vruchtbaarheidsbehoud samen. Het ontwerp is van EGM architecten. UMC Utrecht-projectleider Thomas Bansberg begeleidde het project namens het ziekenhuis. CCG werkte in opdracht van Heerkens van Bavel en stemde de uitvoering af met onder meer installateur Kropman en IGS Interior Glassolutions.
Volgens Marco de Bruijn, sales bij CCG Holding, is een IVF-kliniek bouwkundig niet per definitie ingewikkelder dan andere specialistische ziekenhuisafdelingen. De functie van het laboratorium vraagt wel om een andere benadering. “Er zijn in Nederland maar enkele klinieken die op deze manier zijn uitgevoerd. Je bouwt bovendien met het oog op eisen die in de toekomst waarschijnlijk verder worden aangescherpt.”

CCG leverde en monteerde flush raam- en deurkozijnen en bracht een 3 millimeter dikke Trespa®Toplab®-wandafwerking aan. Daarnaast verzorgde het bedrijf het cleanroomkitwerk, maatwerk RVS-profielen en de aansluitingen rond het structurele glas. “Het draait om de aansluitingen”, zegt Remco Marcussen, manager engineering bij CCG. “Hoe minder randen en naden, hoe eenvoudiger een ruimte schoon te houden is. Daarom zijn kozijnen en wanddelen zoveel mogelijk vlak gemonteerd en hebben we materialen toegepast die goed bestand zijn tegen intensieve reiniging.”
De wandafwerking is uitgevoerd in Pastel Grey en Denim Blue. Boven de vrijstaande wanden is structurele beglazing geplaatst. Omdat de breedte van de wanden en de glasconstructie niet overal overeenkwam qua dikte, was zowel horizontaal als verticaal maatwerk in RVS zetwerk nodig. De profielen zijn zo ontworpen dat ook aan de bovenzijde geen stof kan achterblijven. Het glas zorgt bovendien voor een open werkomgeving. Medewerkers houden zicht op aangrenzende werkplekken zonder dat de verschillende functies in het laboratorium in elkaar overlopen. Voor delen van de beglazing gold daarnaast de eis dat deze uv-werend moest zijn.

Een bijzonder onderdeel van het project was het beperken van vluchtige organische stoffen (VOC's). Omdat eicellen en zaadcellen daar zeer gevoelig voor zijn, werden tijdens de bouw materialen toegepast met een zo laag mogelijke VOC-uitstoot. Na oplevering werd het laboratorium ongeveer een week verwarmd tot circa 30°C. Door deze zogenoemde uitstook kwamen achtergebleven VOC's versneld vrij, waarna de luchtbehandeling ze kon afvoeren. Tijdens dit proces werden de concentraties continu gemeten. Ook tijdens het gebruik blijft een VOC-meter onderdeel van de permanente monitoring.
De verhoogde temperatuur vroeg extra aandacht voor de afwerking. Materialen zetten uit en krimpen wanneer temperatuur en relatieve vochtigheid veranderen, wat invloed kan hebben op kitnaden en aansluitingen. Volgens Marcussen onderstreept dat het belang van een goede samenwerking tijdens de uitvoering. “In de wanden komt veel techniek samen. Dan moet je voortdurend afstemmen met de installateur en andere bouwpartners.” Die samenwerking verliep volgens beide geïnterviewden soepel. “De projectleiding van het UMC Utrecht was niet alleen tevreden over het eindresultaat, maar ook over de manier waarop onze mensen meedachten en samenwerkten”, zegt De Bruijn. “Juist bij dit soort projecten maakt dat het verschil.”