In het Overijsselse dorp Dalfsen is als onderdeel van het plan Fibula het nieuwe verpleeghuis van de lokale stichting Rosengaerde gebouwd. Bijzonder is dat dit, als onderdeel van het beleid om langer thuis te wonen, een van de laatste nieuwe verpleeghuizen in Nederland is. Maar het is ook bijzonder door de harmonische wijze waarop de nieuwe huisvesting voor tachtig ouderen met psychogeriatrische (PG) of somatische aandoeningen tot stand is gekomen.
Het J-vormige gebouw met drie lagen is ontwikkeld door Kuiper Ontwikkeling en gerealiseerd door Kuiper Bouw, beiden onderdeel van Kuiper Groep uit Arnhem. “Een familiebedrijf dat samenwerking en integraal werken in haar DNA heeft”, begint Ramon Derksen, ontwikkelaar van het verpleeghuis. “Het belang van de gebruiker en eigenaar staat bij ons voorop en onze uitgebreide ervaring in de zorgsector komt goed van pas in dit soort projecten. Wij waren eigenaar van het perceel, dat aanvankelijk een invulling zou krijgen met 21 gezinswoningen, levensloopbestendige woningen en een kleinschalig zorggebouw. Via de gemeente namen wij kennis van de verhuiswensen van Rosengaerde. We hebben contact opgenomen en uiteindelijk het stedenbouwkundig plan zo aangepast dat er 13 in plaats van 21 woningen zijn gebouwd om hiermee ruimte te maken voor dit verpleeghuis.”

De nieuwbouw was hard nodig omdat de oude centrumlocatie van Rosengaerde met 57 woonplekken te krap was geworden en niet meer aan de moderne eisen voldeed. “Aangezien verhuurder Habion geen verpleeghuizen bouwt, zijn we in contact getreden met Kuiper”, stelt Margot Seip, bestuurder van Stichting Rosengaerde. “En daar hebben we bepaald geen spijt van gehad. Kuiper is een bedrijf dat ontwikkelen en bouwen niet als een eenmalige transactie ziet, maar bouwt aan relaties voor de langere termijn. Dat zie je terug in de manier waarop alle belanghebbenden, intern en extern, werden gehoord en mee konden denken. Adviseur Penta Rho heeft ook een grote rol gespeeld in de uitstekend functionerende projectstructuur.”

Verpleeghuis Rosengaerde bestaat nu uit acht woongroepen met telkens tien zit-slaapkamers en een grote huiskamer voor gezamenlijk verblijven, koken en activiteiten. “De zit-slaapkamers zijn met circa 24 m2 weliswaar kleiner dan de oude huisvesting, maar het leefconcept is ook anders”, legt Seip uit. “Bewoners kennen meer vrijheid, de deuren van alle afdelingen staan open. Zo willen we de mensen meer onder elkaar brengen en dat gebeurt in de huiskamers en de fraaie binnentuin. Met domotica voorkomen we dat dit gevaarlijke situaties oplevert voor bepaalde bewoners. Om de zit-slaapkamer zo efficiënt mogelijk in te richten, heeft Kuiper op de oude locatie een één op één mock-up gemaakt, zodat ergotherapeuten en andere medewerkers mee konden denken met de uitwerking.”

“Het gebouw is samen met Van den Berg Architecten en constructief adviseur WSP ontworpen, en wel van binnen naar buiten”, vervolgt Derksen. “Dat betekent dat de behoeften, het comfort en de leefomgeving van de bewoners en het zorgpersoneel centraal stonden bij het ontwerp, in plaats van eerst een gebouw te schetsen en daarna te kijken hoe de binnenruimtes hierin passen. Alle behoeften zijn verwerkt in een Programma van Eisen, van waaruit de indeling en functies zijn bepaald. Vervolgens hebben we het programma binnen de stedenbouwkundige begrenzing ontworpen, in deze specifieke situatie rekening houdend met de behoefte van een zo groot mogelijke besloten tuin. Daarin hebben we de grote woonkamers per verdieping gekoppeld zodat de zorg efficiënter toezicht kan houden. Twee groepen somatiek en zes groepen PG zijn vervolgens over de lagen verdeeld. De kantoren van Rosengaerde bevinden zich op een deel van de tweede verdieping. De draagconstructie is flexibel gehouden door een casco te bouwen met dragende gevels en lichte scheidingswanden tussen de appartementen. Dat geeft eigenaar Bouwinvest de mogelijkheid om het gebouw op termijn weer een andere bestemming te geven. De schil is uiteindelijk gemaakt van metselwerk in kleuren die ook in de omliggende woningen zijn toegepast.”
“Uiteindelijk is het een duurzaam en aangenaam gebouw geworden waar we de broodnodige zorgcapaciteit in realiseren”, besluit Seip. “Binnen de begroting en op tijd opgeleverd. Als dat op een heel plezierige wijze gebeurt, kun je dat toch wel geslaagd noemen.”