Wat merkt een bewoner eigenlijk van een duurzaam gebouw? Die vraag blijft vaak onderbelicht. Duurzaamheid wordt meestal besproken in termen van energieprestaties, materialen en installaties, maar minstens zo belangrijk is de invloed op het dagelijks leven en welzijn van bewoners.
De bijeenkomst was georganiseerd door het landelijk kennisplatform ZorgSaamWonen. Ditmaal waren de gedachtewisseling en rondgang in de nieuwbouw van Welthuis De Zevenster in Zevenhuizen. Het woonzorggebouw biedt ruimte aan tachtig bewoners met psychogeriatrische en somatische zorg, vier hospiceplekken, een brasserie en dagopvang. Daarnaast worden op dit moment aanleunwoningen gerealiseerd. De nieuwbouw is ontworpen door RAU Architecten, met een internationale reputatie op duurzaamheid en interieurarchitect Loover, waar biofiel ontwerpen centraal staat. De aannemer is De Vries en Verburg, die recent haar eigen hoofdgebouw geheel heeft uitgebreid in hout. Hiermee laat zij de technische mogelijkheden zien, wanneer de duurzame lat hoog genoeg wordt gelegd. Bijzonder is dat voor de binnentuin geen landschapsarchitect is gekozen.

De nieuwbouw vervangt het oude verzorgingshuis in Zevenhuizen. Interieurarchitect Saskia Kitzmann-Vreede was er vroeg bij en verbleef in het oude gebouw om bewonersgedrag te observeren en te achterhalen wat zij wel én niet prettig vonden. De grote hoge recreatiezaal gaf geen omarmend gevoel – en dan met name de tafels die midden in de zaal stonden. Bewoners gingen als eerste zitten bij een raam of langs de wand, omdat dit bescherming gaf. Ook ontmoette Kitzmann-Vreede een bewoonster die schilderde en aanbood haar schilderijen mee te nemen naar de nieuwbouw om de algemene ruimtes te verfraaien.
De verhuizing in juni vorig jaar liet het belang van sociale structuren zien. Locatiemanager Dineke Loots vertelde hoe betrokken de buurt is. De ingeplande medewerkers voor de verhuizing naar de nieuwbouw waren nauwelijks nodig, want bewoners kregen veel hulp van buitenaf. Deze betrokkenheid is een belangrijk onderdeel van de visie van Welthuis: “De echte experts zijn wij niet, maar de familie en vrienden van de bewoners. Wij moeten juist zorgen dat de netwerken die de bewoners hebben in stand blijven en waar mogelijk worden uitgebreid.” Iedereen is dan ook welkom in brasserie De Polder en de dagopvang. Ook de toekomstige bewoners van de nieuwe aanleunwoningen en de buurt, die gebruik kunnen maken van de bovengenoemde ruimtes, de kapper en de interne arts die gespecialiseerd is in ouderenzorg.
Hier verschuift het begrip duurzaamheid van een technisch naar een sociaal vraagstuk.
Duurzame relaties zijn belangrijker voor de bewoners dan de energiezuinige installaties en bouwmaterialen waar adviseurs en architecten zich vaak op richten. Het is de interieurarchitect die het duurzame ontwerp zichtbaar en voelbaar maakt voor de bewoners. Kitzmann-Vreede vertelde dat er verschillende visies zijn om aangename ruimtes voor bewoners te creëren. Eén ervan is zoveel mogelijk spullen van vroeger binnenhalen, die herkenbaar en vertrouwd zijn voor de bewoners. Maar zal dat over tien jaar ook nog zo zijn, nu trends elkaar snel opvolgen? Immers is het niet duurzaam om elke tien jaar of zelfs eerder het hele interieur te wijzigen. Wél moeten bewoners zoveel mogelijk zelf hun studio kunnen inrichten en hun eigen meubilair en spullen kunnen meenemen.
Een andere ontwerpvisie is om sfeerbeelden op de wanden te plakken. Denk bijvoorbeeld aan een fotowand in zwart-wit in de brasserie van de oude dorpsstraat met kerk, zonder auto’s en zonder reclame aan de gevels. Of om elke deur te beplakken met een unieke houtbewerking, zodat iedere bewoner zijn of haar eigen, herkenbare deur krijgt. Kitzmann-Vreede ziet dit echter vooral als vervreemding voor de bewoner. Volgens haar wordt in dit geval namelijk een sfeer gecreëerd die niet echt en verwarrend is. Beide visies zullen volgens haar in de toekomst achterhaald zijn.
Biofiel ontwerpen is volgens haar wél de toekomst. In dit geval worden gebouwen en ruimtes zo vormgeven dat ze onze aangeboren behoefte aan natuur ondersteunen en versterken. Het is wetenschappelijk bewezen dat natuur een positieve uitwerking heeft op de mens. Zelfs een foto van een natuurlandschap zorgt ervoor dat een patiënt eerder herstelt. En daarbij komt dat de natuur niet trendgevoelig is. In Zevenhuizen heeft Kitzmann-Vreede enkel aardse kleuren gebruikt. Alleen de kozijnen zijn wit, omdat de kleur wit geassocieerd wordt met een ziekenhuissfeer. Op zoveel mogelijk plekken is de link gelegd met de poldernatuur, organische vormen en vele soorten oppervlakken – van glad naar bobbelig. Ook is niet gekozen voor abstracte symbolen in de verwijsborden, maar voor vogels. Oriëntatie en zichtlijnen zijn zoveel mogelijk naar buiten gericht.

Door de grote binnenplaats heeft het woonzorggebouw vele gangen. Voor de vloeren gebruikte Kitzmann-Vreede marmoleum in ronde organische vormen om de strakke gangen te breken. Terwijl in nieuwe zorggebouwen vaak kunststof vloeren liggen met een parketlook, die haast niet meer van echt te onderscheiden zijn, is marmoleum duurzaam en recyclebaar.
De vele houten wanden met bovenlichten helpen om de gangen te breken en de entree van de studio’s te accentueren. Ook de inkepingen in de wanden werken als herkenningspunt, ontmoetingsplek of om even stil te staan bij een schilderij of beeld. Zowel voor het personeel als de bewoners zijn de gangen fijn om rond te lopen. Het brengt ons ook weer terug naar het ‘loopcircuit’, bekend uit oudere zorgconcepten dat zo een nieuwe betekenis krijgt.
Het toepassen van duurzame producten zal verder gaan, maar er zullen ook meer producten bijkomen, vooral op het gebied van installaties en domotica. Niet controlemiddelen, maar juist om vrijheid te geven aan bewoners. Vroeger waren de verpleeghuizen gesloten voor alle bewoners, omdat enkele bewoners een gevaar voor zichzelf vormden wannneer ze naar buiten liepen. Nu is het omgekeerd: bijna iedereen kan naar buiten, terwijl voor een enkeling bepaalde deuren gesloten blijven. Deze domotica is grotendeels onzichtbaar voor de bewoners, maar heeft een enorme invloed op de bewegingsvrijheid en veiligheid. Als gevolg van personeelstekort, AI-ontwikkelingen en voortschrijdende technologie zullen steeds meer van deze producten ontstaan die extra geld en energie kosten, maar nodig zijn om de wensen van bewoners zo goed mogelijk te volgen.
Zowel de interieurarchitect als facilitair manager Stijn van Kessel hebben moeite met ramen tot aan de vloer in de huiskamers en brasserie. Functioneel is het niet logisch, want met de rolstoel kan men de ramen beschadigen. Maar vooral op het gebied van beleving gaat het mis. Als iets tot de rand loopt, is er vaak een hekwerk nodig – en eigenlijk geldt dat ook voor raampartijen tot op de grond. Dit kan in de vorm van een kozijn waaronder glas zit, maar een borstwering is beter. In Zevenhuizen is tussen de huiskamers en gang glas tot op de grond toegepast en aan de gevel een lage borstwering. De bewoners hadden hierdoor het gevoel dat ze in een aquarium zaten, vooral bij het raam. Geborgenheid ontbrak. Dat gold ook voor de brasserie. Bovendien is glas het minst isolerende materiaal van de gevel, wat minder glas zowel technisch als in beleving duurzamer maakt. De oplossing hiervoor is uiteindelijk gevonden in matte plakfolie en vitrages.
Duurzaamheid zit niet alleen in materialen en installaties, maar ook in het denken vanuit de bewoner en in de beleving van de ruimte. Biofiel ontwerpen fungeert als verbindend principe binnen deze spanningsvelden: het brengt techniek, beleving en oriëntatie samen in één ontwerpbenadering. Biofiel ontwerpen verbindt bewoners onderling en met de natuur. Het is een ontwerprichting die tijdloos is en enkel onderhoud behoeft, omdat het niet met de trends meeloopt. Duurzaamheid in Welthuis De Zevenster wordt dus vooral bepaald door wat de bewoners ervaren: voelen zij zich prettig, beschermd en verbonden? Zo krijgt duurzaamheid betekenis in het dagelijks leven.
Techniek afgestemd op bewonerscomfort
Voor de nieuwbouw van woonzorgcentrum De Zevenster in Zevenhuizen verzorgde Van Dorp de technische installaties. Het volledig gasloze gebouw aan de Lavendel 14 is uitgerust met onder meer bodemlussen, warmtepompen, installaties met warmteterugwinning, buitenzonwering en zonnepanelen. Daarmee zijn verwarming, koeling, ventilatie en energiegebruik integraal onderdeel van de technische uitwerking van het gebouw.
Van Dorp was al vroeg bij het project betrokken. In de ontwerp- en engineeringsfase werd het basisontwerp samen met de ontwerpende en uitvoerende partners verder uitgewerkt. Die vroege betrokkenheid was nodig om de techniek goed aan te laten sluiten op het gebruik van het woonzorgcentrum. Daarbij speelde de doelgroep een belangrijke rol. Ouderen ervaren warmte, kou en luchtkwaliteit vaak anders dan jongere gebruikers. Dat vroeg om zorgvuldige afstemming van installaties en regeltechniek, zodat het binnenklimaat in appartementen en gemeenschappelijke ruimten zo stabiel mogelijk blijft.
Volgens projectleider Jack Lander is vooral gekeken naar comfort in de dagelijkse praktijk. De verwarming en koeling via warmtepompen met bodemlussen leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Ook de combinatie van warmteterugwinning, zonwering en zonnepanelen is daarop afgestemd. Energie wordt efficiënt benut, terwijl tegelijk wordt gewerkt aan een aangenaam leefklimaat.
De bijdrage van Van Dorp zit daarmee niet alleen in de aanleg van installaties, maar ook in de technische vertaling van het ontwerp naar een bruikbaar gebouw. Door vanaf het begin mee te denken over installaties, regeltechniek en comfort kon het installatieconcept zorgvuldig worden afgestemd op de appartementen en de gemeenschappelijke ruimten. De techniek is daarmee afgestemd op het gebruik van het gebouw en op de bewoners die er dagelijks wonen.
Feiten & Cijfers
Opdrachtgever: Stichting De Zevenster/Welthuis
Architect: RAU Architecten
Interieurarchitect: Loover
Aannemer: De Vries en Verburg
Oplevering: Juni 2025