Hoe kunnen ouderen zelfstandig blijven wonen, nu het traditionele verpleeghuis niet langer volstaat als antwoord op de groeiende zorgvraag? In Hillegom ontwikkelden woningcorporatie Stek, zorgorganisatie Marente en HevoFame een woonconcept waarin mensen met en zonder intensieve zorgvraag samenleven. Het project combineert zelfstandige sociale huurwoningen, zorg via een Volledig Pakket Thuis en ruimte voor onderlinge betrokkenheid. De ambitie is om bewoners zo lang mogelijk regie over hun eigen leven te laten houden, met professionele ondersteuning waar nodig, en zo de afhankelijkheid van intramurale verpleeghuiszorg structureel te verminderen.
De woon- en zorgopgave voor ouderen verandert ingrijpend. De vraag naar ondersteuning groeit, terwijl financiële middelen en beschikbare zorgmedewerkers onder druk staan. Tegelijkertijd willen mensen die kwetsbaarder worden niet automatisch dat anderen hun dagelijks leven overnemen. Ze willen zelfstandig blijven wonen, hun eigen keuzes maken en onderdeel blijven van een gemeenschap.
Vanuit die ontwikkeling ontstond in Hillegom het plan voor Wonen met een Plus. Woningcorporatie Stek nam het initiatief voor een gebouw waarin 55-plussers met en zonder intensieve zorgvraag door elkaar wonen. Zorgorganisatie Marente werd betrokken als partner voor zorg en ondersteuning. HevoFame vervulde niet alleen een begeleidende rol, maar gaf ook actief richting aan de ontwikkeling van de gezamenlijke visie. De organisatie stuurde het proces inhoudelijk, werkte de integrale businesscase mede uit en vertaalde de uitgangspunten naar het ontwerp. Daarnaast hielp HevoFame de betrokken partijen om expliciete, toekomstgerichte keuzes te maken over de organisatie van wonen en zorg, waarmee de randvoorwaarden voor het woonzorgconcept daadwerkelijk zijn gevormd in plaats van alleen ondersteund.
Het resultaat is een toekomstbestendig woonleefcomplex met 39 driekamerappartementen op de locatie van de voormalige Savioschool. Van de 39 woningen zijn er 22 bestemd voor mensen met een intensieve, langdurige zorgvraag. Zij kunnen gebruikmaken van een Volledig Pakket Thuis, kortweg VPT. De overige 17 woningen verhuurt Stek rechtstreeks aan bewoners zonder een dergelijke zorgindicatie. Alle bewoners huren hun woning bij de corporatie.

De kern van het concept is dat het gebouw in de eerste plaats een woonomgeving is. Bewoners beschikken over een eigen, volwaardig appartement met een keuken en een individuele buitenruimte. Zorg is beschikbaar, maar bepaalt niet automatisch het ritme van het dagelijks leven.
Dat uitgangspunt sluit aan bij de visie van Marente. Volgens manager thuiszorg Wilma Roerade zijn nieuwe concepten nodig, omdat de combinatie van een toenemende zorgvraag, minder geld en relatief minder medewerkers niet kan worden opgelost door het traditionele verpleeghuis steeds efficiënter te organiseren. In Wonen met een Plus komt de professionele zorg daarom bij mensen thuis, zoals dat ook in de reguliere thuiszorg gebeurt.
Voor de 22 bewoners met een VPT-indicatie richt Marente een team met vaste medewerkers in. Overdag en ’s avonds zijn een of meer medewerkers aanwezig voor geplande zorg. Het kan bijvoorbeeld gaan om wondverzorging of het toedienen van medicatie via een infuus. Het team houdt daarnaast het algemene functioneren van bewoners in het oog en signaleert veranderingen in gedrag, gezondheid of gewicht.
Er komt geen vaste nachtdienst in het gebouw. Acute, ongeplande zorg wordt vanuit de bestaande wijkzorg georganiseerd. Daarmee wijkt het concept nadrukkelijk af van een intramurale voorziening, waar personeel permanent in het gebouw aanwezig is en wonen en zorg organisatorisch sterk met elkaar zijn verweven.
De rol van de zorgorganisatie is bovendien breder dan het uitvoeren van verpleegkundige handelingen. Het team adviseert bewoners en hun netwerk over manieren om zelfstandigheid te behouden. Dat kan gaan over hulp bij het douchen, maar ook over de vraag of iemand kan leren zelf steunkousen aan te trekken. Het uitgangspunt is steeds dat professionele ondersteuning wordt ingezet waar die nodig is, zonder taken over te nemen die bewoners, naasten of andere betrokkenen zelf kunnen uitvoeren.

Wonen met een Plus is gebaseerd op het idee van de zorgzame buurt. Dat begrip betekent hier niet dat bewoners zonder zorgvraag verantwoordelijk worden voor de professionele zorg aan hun buren. Uitgangspunt is dat bewoners openstaan voor contact, naar elkaar omzien en naar vermogen iets voor een ander willen betekenen.
Stek ziet onder haar huurders een groeiende behoefte aan contact, aandacht en praktische ondersteuning. Tegelijkertijd willen mensen niet alleen hulp ontvangen, maar ook zelf van betekenis zijn. Die wederkerigheid vormt een belangrijk onderdeel van het concept. De bewoners met en zonder zorgvraag worden niet in afzonderlijke delen van het gebouw gehuisvest, maar wonen ‘gespikkeld’: verspreid door het complex. Volgens de initiatiefnemers ondersteunt juist die mix de sociale dynamiek en zelfredzaamheid. Bewoners verschillen in wat zij kunnen en nodig hebben. Die verschillen kunnen bovendien in de loop van de tijd veranderen. Iemand met dementie kan ook lichamelijke klachten krijgen, terwijl een andere bewoner juist bepaalde vaardigheden behoudt of opnieuw ontwikkelt.
De keuze voor gemengd wonen voorkomt daarnaast dat bewoners bij een veranderende zorgvraag intern zouden moeten verhuizen. De woning blijft het eigen thuis. Zorg en ondersteuning passen zich zo veel mogelijk aan de bewoner aan, in plaats van andersom.
Stek voert met kandidaten voor de 17 reguliere woningen gesprekken over de uitgangspunten van de woongemeenschap. Van hen wordt gevraagd dat zij de visie ondersteunen en bereid zijn een actieve bijdrage te leveren. Hoe die bijdrage er precies uitziet, ligt niet volledig vast. Het kan gaan om contact maken, deelnemen aan activiteiten of op een praktische manier iets voor een medebewoner betekenen.

De architectuur moet het dagelijks contact tussen bewoners mogelijk maken en stimuleren. Daarom krijgt het gebouw niet alleen zelfstandige woningen, maar ook gemeenschappelijke ruimten. De hoofdentree ligt aan de Olympiaweg. Op de begane grond loopt de entreehal door tot aan de parkzijde, waardoor het gebouw aan beide kanten met zijn omgeving is verbonden. Vanuit de centrale hal is de grote ontmoetingsruimte direct bereikbaar. Deze ruimte krijgt een ruim terras aan het park en de Sportlaan. Het openbare, parkachtige groen aan de achterzijde functioneert daardoor in de beleving als een tuin bij het gebouw.
Op iedere verdieping ligt bij het centrale trappenhuis en de twee liften een ontmoetingsruimte aan de parkgevel. Deze opzet brengt daglicht in de corridor en biedt bewoners plekken waar toevallige ontmoetingen kunnen ontstaan. De centrale ligging van trappen en liften voorkomt bovendien dat de gemeenschappelijke verkeersruimte uitsluitend als lange, gesloten gang wordt ervaren. De grote ontmoetingsruimte op de begane grond kan worden gebruikt voor gezamenlijke activiteiten. Bewoners kunnen er bijvoorbeeld samen eten of een kookclub organiseren. Tegelijkertijd blijft het vertrekpunt dat mensen hun dagelijks leven zelf vormgeven. Elk appartement heeft een eigen keuken. Bewoners kunnen thuis koken, een maaltijd laten bezorgen of samen met anderen iets organiseren. Pas wanneer ondersteuning nodig blijkt, kan Marente of een andere betrokken partij helpen bij het vinden van een oplossing.

Het ontwerp moest voldoen aan verschillende, soms botsende eisen. De appartementen moesten geschikt zijn voor reguliere sociale verhuur, maar ook voor bewoners die intensieve zorg nodig hebben en voor mensen met dementie die baat hebben bij een overzichtelijke omgeving. Daarom zijn alle woningen uitgevoerd als levensloopbestendige en zorgtoegankelijke driekamerappartementen. Alle verblijfsruimten liggen aan de gevel. De lage borstweringen, circa dertig centimeter boven de vloer, zorgen ervoor dat bewoners ook vanuit een zittende positie goed naar buiten kunnen kijken. Dat vergroot het contact met de omgeving.
Het gebouw is alzijdig ontworpen, met woningen aan alle gevels. De balkons van de hoekwoningen zijn overhoeks geplaatst en als integraal onderdeel van de gevel vormgegeven. De gevels bestaan uit lichte, zandgele baksteen, met een subtiele horizontale belijning in lichtbruine steen. Op de begane grond komt een gezamenlijke ruimte voor fietsen en scootmobielen. Ook is daar een teamkamer met voorzieningen voor Marente.
De buitenruimte speelt eveneens een belangrijke rol. Aan de noordzijde sluit het gebouw aan op het park. Aan de zuidzijde schermt een groene haag de terrassen van de woningen op de begane grond af. De gemeente ontwikkelt achter het gebouw een openbare groenzone met een wandelpad, die de bestaande groenstructuur in oost-westrichting verbindt en versterkt.
De reguliere woningplattegronden en individuele buitenruimten zijn voor Stek belangrijk met het oog op alternatieve aanwendbaarheid. Mocht de functie of bewonerssamenstelling in de toekomst veranderen, dan blijven de appartementen bruikbaar als zelfstandige woningen. Ook de grote ontmoetingsruimte is zo ontworpen dat omzetting naar appartementen mogelijk is.

De inhoudelijke visie kon alleen worden uitgevoerd als ook de exploitatie haalbaar was. Stek, Marente en HevoFame maakten daarom een integrale business-case voor wonen, zorg en gemeenschappelijke voorzieningen. Voor Marente ligt de ondergrens bij 22 bewoners met een VPT-indicatie. Dat aantal is volgens de organisatie nodig om een vast team en de geplande aanwezigheid overdag en ’s avonds financieel te kunnen organiseren. Juist de balans tussen bewoners met en zonder intensieve zorgvraag vormt een cruciale randvoorwaarde voor het concept: die mix houdt de gemeenschap leefbaar, voorkomt een te zware zorgdruk op één plek en maakt het mogelijk om formele zorg te beperken doordat onderlinge betrokkenheid en dagelijkse sociale dynamiek worden versterkt.
Marente draagt kandidaten aan voor de 22 zorgwoningen, maar de bewoners sluiten hun huurovereenkomst rechtstreeks met Stek. Het huurcontract is niet gekoppeld aan het zorgcontract. Een bewoner die voor een andere zorgaanbieder wil kiezen, behoudt daarmee die mogelijkheid. Voor de 22 woningen ligt het leegstandsrisico in eerste instantie bij Marente. Wanneer invulling niet lukt, kan de zorgorganisatie Stek vragen de woning te verhuren.
De huisvesting wordt gefinancierd uit kale huur en servicekosten. Stek kiest aanvankelijk voor volledig sociale verhuur, met differentiatie naar inkomen, en accepteert bij dit project een lager rendement dan bij reguliere huurwoningen. De financiering van de grote ontmoetingsruimte is nog niet structureel opgelost. Stek en Marente delen de kosten in eerste instantie en zoeken naar aanvullende inkomsten, bijvoorbeeld door verhuur van de ruimte of door toekomstige arrangementen voor wonen, zorg en diensten. Dat openstaande punt wordt niet verborgen. Het is juist onderdeel van de gekozen aanpak: beginnen met een haalbare basis en de exploitatie verder verbeteren op basis van praktijkervaring.

De ontwikkeling vroeg om intensieve samenwerking tussen organisaties met verschillende verantwoordelijkheden, financieringssystemen en werkwijzen. Bestaande regels rond woningtoewijzing, zorgfinanciering en exploitatie sloten niet vanzelfsprekend op elkaar aan.
De partijen kozen daarom voor een ondernemende samenwerkingsvorm. Zij geven elkaar inzicht in de exploitatie en willen tijdens de gebruiksfase blijven leren. Niet alle risico’s zijn vooraf uitgesloten en niet iedere situatie is volledig contractueel vastgelegd. Dat is een bewuste keuze om ruimte te houden voor leren en aanpassen in de praktijk. Wel zijn mogelijke terugvalopties besproken voor het geval onderdelen van het concept niet blijken te werken.
Volgens bestuurder Anne Leemhuis van Marente vereist zo’n traject volledige bestuurlijke bereidheid om te experimenteren en risico’s te nemen. Daarnaast zijn medewerkers nodig die vasthoudend, creatief en kritisch zijn. HevoFame vervulde in het proces de rol van bruggenbouwer tussen de corporatie en zorgorganisatie, begeleidde het visietraject en stelde vragen wanneer uitgangspunten of oplossingen onvoldoende scherp waren.
Ook na de oplevering blijft het concept in ontwikkeling. De praktijk moet uitwijzen hoe de bewonersgroep zich vormt, welke activiteiten ontstaan, hoeveel ondersteuning nodig is en hoe de gemeenschappelijke ruimte het beste kan worden gebruikt. Wonen met een Plus is daarmee geen afgerond organisatiemodel, maar een concreet woongebouw waarin een nieuwe verhouding tussen zelfstandig wonen, professionele zorg en onderlinge betrokkenheid wordt beproefd.
Voor Hillegom betekent dit 39 zelfstandige woningen voor 55-plussers, waarvan 22 geschikt zijn voor bewoners met een intensieve, langdurige zorgvraag. Voor de betrokken organisaties is het daarnaast een leeromgeving. De centrale vraag blijft niet hoeveel zorg er in het gebouw kan worden georganiseerd, maar hoe we het dagelijks leven zo organiseren dat zorg uitsluitend ondersteunend hoeft te zijn.