Een vaak gehoorde uitspraak is dat de oude verzorgingshuizen terug moeten komen. Deze verzorgingshuizen vormden destijds een woonvorm tussen zelfstandig thuis wonen en het verpleeghuis. Met het verdwijnen ervan is de stap naar het verpleeghuis steeds groter geworden. Het verpleeghuis wordt inmiddels vaak geassocieerd met het eindstation.
De indicatie om in een verpleeghuis te mogen wonen, is de laatste jaren bovendien strikter geworden doordat het overheidsbeleid erop gericht is om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Daardoor is het gemiddelde verblijf in een verpleeghuis nu nog maar negen maanden. Begrijpelijk dus dat mensen met beginnende dementie én hun mantelzorgers – vaak de partner met wie ze jarenlang samenwoonden – de verhuizing naar een verpleeghuis uitstellen. Dit leidt echter regelmatig tot uitgeputte mantelzorgers en crisisopnames.

Woonzorggebouw ’t Nieuwland in Almelo heeft niets gemeen met de vroegere verzorgingshuizen, die toen bejaardenoorden werden genoemd. De plattegronden van die oude huizen waren 12 tot 18 m2 groot, inclusief wastafel, maar zonder eigen keuken en met gedeeld sanitair op de gang. Ook waren alle plattegronden identiek en volledig gestandaardiseerd volgens de eisen van het toenmalige overheidsinstelling Bouwcollege. ’t Nieuwland biedt daarentegen 42 appartementen in verschillende groottes, van studio’s van 25 m2 tot appartementen van 54 m2. Er is dus volop keuze voor de toekomstige bewoners.

De bejaardenoorden stonden vaak aan de rand van steden en dorpen. Ze telden gemiddeld zo’n honderd bewoners en hadden gezamenlijke voorzieningen zoals een eetzaal, recreatieruimte, keuken en stiltecentrum. Door hun ligging waren belangrijke voorzieningen vaak niet meer op loopafstand. Even langsgaan bij oude buren uit de straat waar men jaren had gewoond, was er dan ook niet meer bij. ’t Nieuwland ligt daarentegen middenin de wijk De Riet, met vier supermarkten binnen een kwartier lopen en vier op minuten van het treinstation of de bushalte. De appartementen bieden ruimte voor zelfstandig wonen en voor gezelligheid zijn er ontmoetingsruimtes en terrassen in de tuin. Dat ’t Nieuwland echt onderdeel is van de wijk, bleek bij de officiële opening, toen al 32 van de 42 woningen bewoond waren.

De bouw van bejaardenoorden werd destijds sterk gestimuleerd door de overheid via de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten), ingevoerd in 1968. De nadruk lag op efficiënt ruimtegebruik, standaardisatie en zorg voor ouderen die nog redelijk zelfstandig functioneerden, maar wel hulp nodig hadden met hun huishouden, persoonlijke verzorging of maaltijden. Na twintig jaar veranderde die doelgroep echter in mensen met een zware zorgbehoefte, waar de gebouwen niet op waren ontworpen. Verdiepingen werden verbouwd om ruimtes zo goed mogelijk aan te passen aan rolstoelgebruikers en bewoners met intensieve zorgvragen. Bij ’t Nieuwland is dat niet nodig. Het plan en de organisatie zijn vanaf het begin ingericht op 24-uurszorg. De kans dat bewoners uiteindelijk nog moeten verhuizen naar een verpleeghuis of hospice is dan ook klein.
Er wordt veel gepubliceerd over mooie duurzame woonprojecten waarin senioren samen oud willen worden, vaak met moestuinen en kassen. Maar in veel van deze ontwerpen wordt vergeten wat er gebeurt wanneer de eens fitte bewoner uiteindelijk zware zorg nodig heeft of dementie ontwikkelt. Is het gebouw hierop voorbereid? En zijn de andere bewoners nog steeds enthousiast als hun medebewoners intensieve zorg nodig hebben? ’t Nieuwland is hier wél op voorbereid.

Het aantal plekken in verpleeghuizen zal niet meer groeien; dat is in 2015 een bewuste keuze van de overheid geweest. Het verpleeghuis ontwikkelt zich waarschijnlijk verder richting een hospice. Tegelijkertijd lijdt ongeveer een derde van de kwetsbare ouderen aan dementie en neemt de vergrijzing sterk toe. Met de beslissing van de overheid is de zorgdruk op thuiszorg en mantelzorgers enorm toegenomen. Op dit moment woont ruim driekwart van de mensen met beginnende dementie nog thuis. Vaak omdat zij en hun mantelzorger(s) opzien tegen opname in een verpleeghuis. Maar thuis wonen is ook geen optie als de woning niet geschikt is of de zorg te zwaar wordt. Dan kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan, zoals agressie, dwalen of onrust in de avonden. Mantelzorgers moeten voortdurend alert zijn en krijgen geen rust meer.
Een tussenvorm van huisvesting is dus essentieel. Niet een herhaling van de oude bejaardenoorden, maar een nieuw type woonzorggebouw zoals ’t Nieuwland. Hier is de stap minder groot en is het mogelijk dat de partner meeverhuist wanneer er sprake is van beginnende dementie of een andere zorgvraag.

De locatie aan de Hoornbladstraat 31 heeft een bijzondere geschiedenis. Oorspronkelijk stond hier een boerderij, Fikkert, die in 1952 werd omgebouwd tot wijkgebouw en kerk: Het Nieuwland. Jarenlang was dit het sociale en spirituele hart van de buurt. In 2009 sloot de kerk door teruglopende bezoekersaantallen. Het pand werd omgevormd tot hospice. Nu is het opnieuw een ontmoetingsplek voor bewoners en omwonenden. De naam ’t Nieuwland blijft behouden, als eerbetoon aan de lange geschiedenis van deze plek.
Tot voor kort was het de standaard om kleinschalige woonzorgvormen te bouwen met zo’n 24 eenheden voor ouderen met een zorgvraag. Kleinschaligheid werd vaak geprezen vanwege de huiselijke sfeer – als reactie op de grootschalige bejaardenflats van de jaren ’60 en ’70. ’t Nieuwland brengt drie bestaande kleinschalige woongemeenschappen van de zorgorganisatie Saamborgh juist samen onder één dak en laat zien dat groter ook voordelen heeft. Er is meer keuze: bewoners kunnen kiezen uit 12 verschillende woninggroottes. Meer bewoners betekent bovendien meer sfeervolle plekken om elkaar te ontmoeten, zowel binnen als buiten. Meer bewoners en variatie in zorgzwaarte vergroot de kans op nieuwe vriendschappen. En het personeel hoeft niet meer van villa naar villa te reizen, maar werkt samen op één plek. Dit versterkt de samenwerking en verhoogt de aanwezige expertise.

Terugverlangen naar de ‘goede oude tijd’ van bejaardenoorden is nostalgie. Deze gebouwen voldoen op geen enkel vlak meer aan de wensen en eisen van deze tijd. Ook de oude verpleeghuizen – die dezelfde opzet hadden als de ziekenhuizen met kamers voor twee of vier personen – zijn of getransformeerd of gesloopt. Nu de overheid geen nieuwe verpleeghuizen meer financiert, behalve vervangende nieuwbouw, en de bejaardenoorden verdwenen zijn, is de kloof tussen thuis en verpleeghuis te groot geworden. Ook het beleid om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, zorgt ervoor dat de mensen met dementie te lang in ongeschikte situaties wonen en het voor de mantelzorgers enorm zwaar wordt. ’t Nieuwland vult die kloof. Het is een ideale tussenvorm, waar de overgang van thuis minder ingrijpend is dan de stap naar een verpleeghuis.
De locatie ligt in de vertrouwde wijk, dichtbij buren en voorzieningen. Bewoners hebben keuzevrijheid in woninggrootte, kunnen samen met hun partner verhuizen en genieten van sfeervolle plekken zowel binnen als buiten in het groen. Tegelijkertijd is de benodigde zorg direct beschikbaar, zonder de autonomie van bewoners onnodig te beperken. Het Nieuwe Land voor ouderen is in zicht en wijst de weg naar de toekomst: woonzorggebouw ’t Nieuwland in de wijk De Riet in Almelo.
