Ook bij de gemeente ’s Hertogenbosch staan wonen, zorg en vergrijzing prominent op de agenda. Volgens wethouder Pieter Paul Slikker is het een vast gegeven dat alle 160.000 inwoners ten minste één keer in hun leven zorg en ondersteuning nodig hebben. Naar verwachting zijn er in 2040 ruim 45.000 inwoners ouder dan 65. Daarmee groeit de druk op de zorg. Tegelijk daalt het aantal zorgmedewerkers. Dat vraagt om een andere aanpak, zegt Slikker: “Het zorgen voor elkaar zou onze eerste prioriteit moeten zijn. Als het onderlinge netwerk tekortschiet, moet er een professioneel vangnet zijn, maar de basis van zorgzaamheid voor elkaar ligt bij een samenleving die weer leert om naar elkaar om te kijken.”
“We moeten als overheid hierbij een actieve rol aannemen. Tegelijkertijd willen we zorgen voor een beter samenspel tussen inwoners, omgeving, zorgpartijen en overheid”, gaat Slikker verder. Daarom staat de inwoner centraal in de visie van deze gemeente op het zorg- en woonbeleid. Die visie ontstond uit de ideeën van inwoners, via het Bossche Burgerberaad. “We hebben 120 inwoners van ’s-Hertogenbosch de vraag voorgelegd: Hoe willen we samen oud worden? Gedurende een half jaar hebben we gesproken over zaken als gemeenschappelijk wonen, wat kun je verwachten van je buren, van je sociale netwerk en waar heb je de overheid bij nodig? Er werd over nagedacht en gesproken en leverde voor de bewoners stof op tot nadenken: er verandert nogal wat. Wat vraagt dat nou eigenlijk van mij? Wat heeft mijn wijk allemaal en welke voorzieningen zijn er nog nodig? Daar is met elkaar de basis gelegd voor onze zorgvisie.”
Uit het Burgerberaad kwam onder meer de behoefte aan laagdrempelige ontmoetingsplekken naar voren. In plaats van klassieke wijkcentra pleiten inwoners voor verschillende ‘huiskamers’ in de wijken, waar mensen terecht kunnen voor een praatje, een activiteit of hun vragen kunnen stellen. Een wens die net als alle anderen in het uitvoeringsprogramma van de gemeente is beland.
Iedere wijk vraagt een andere aanpak. Neem bijvoorbeeld één van de omringende dorpen, Engelen. Daar staan vooral relatief dure en grote koopwoningen. Niet altijd geschikt voor ouder wordende mensen, terwijl zij toch graag in hun geboortedorp willen blijven. Ook jongeren zoeken naar een kleinere woning om te kunnen starten in het dorp waar ze opgroeiden. Met elkaar wordt gesproken over woningsplitsing of gemeenschappelijk wonen. De gemeente wil bewoners daarbij praktische hulp bieden, bijvoorbeeld met vergunningen of financieringsadvies.
Ook praat de gemeente ’s-Hertogenbosch met corporaties over nieuwe gebiedsontwikkelingen. “We moeten het als overheden, corporaties, ontwikkelaars en anderen anders willen doen. Wat als je van de 500 appartementen die er gebouwd worden één verdieping beschikbaar stelt voor gemeenschappelijk wonen? Mensen die bewust samen willen leven en voor elkaar willen zorgen; een groep vrienden die samen oud wil worden bijvoorbeeld. Geef mensen die willen samenleven ook de ruimte om dat echt vorm te geven. Ongeacht inkomen of leeftijd. Dat vraagt om lef van overheden, corporaties en ontwikkelaars, maar we moeten af van het idee dat we mensen willekeurig in appartementen plaatsen en daarna verwachten dat er vanzelf een gemeenschap ontstaat.”
De Bossche aanpak is er één van verbinding en gedeelde verantwoordelijkheid. Niet alleen in stenen, maar vooral in relaties wordt gebouwd aan een toekomstbestendige, inclusieve stad. Slikker besluit: “Ik geloof vooral in een andere manier van kijken naar elkaar en in de kracht van samen. We zijn met elkaar verantwoordelijk voor het organiseren van onze gemeenschap.”